Speciaalzaak versus doe-het-zelf

De bouwmarkt stabiliseert zin positie binnen het marktsegement sanitair. Bijna de helft van de consumenten die op zoek zijn naar een nieuwe badkamer of -producten doen hun aankoop bij een bouwmarkt. Dat blijkt uit het “Consumentenonderzoek Badkamers en- Producten 2017” van Qudata Markt- en Trendanalyses.

Van de ruim 3.500 respondenten die aan dit onderzoek hebben meegewerkt, geeft 49 procent aan naar de bouwmarkt te gaan voor sanitair. Dat is een kleine daling ten opzichte van 2014, toen 50 procent aangaf het liefst maar de bouwmarkt te gaan. Maar de bescheiden daling is beduidend minder hevig dan die in 2014. Toen gaf 50 procent van de respondenten aan bij een bouwmarkt te shoppen terwijl dat in 2013 nog 62 procent was. De doe-het-zelf lijkt de positie binnen sanitair dus te stabiliseren. De badkamerspeciaalzaak is voor 55 procent van de ondervraagde consumenten favoriet.

Daarmee zetten de specialisten de groei door, die ze sinds 2013 doormaken. Toen gaf 50 procent van de consumenten aan voor een specialist te gaan. In 2014 was dat aandeel gestegen naar 53 procent.

Woonwarenhuis

Het aandeel consumenten dat voor badkamerproducten naar een woonwarenhuis gaat, is ten opzichte van 2014 stabiel gebleven (21 procent in 2017 ten opzichte van 22 procent in 2014, red.). Maar ook dit type winkel zag tussen 2013 en 2014 het aandeel behoorlijk teruglopen, want in 2013 lag dat nog op ruim 26 procent. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de badkamerspeciaalzaak de favoriete plek is voor het grootste deel van de consumenten, maar dat de bouwmarkt zeker ook een stabiele factor is.

Internet

Punt van aandacht voor de bouwmarkt, maar misschien nog wel meer voor de speciaalzaak, is de groeiende belangstelling voor de webshops en internetverkoop. Hoewel de verschillen nog steeds ver uiteen liggen, vertoont de groep consumenten die in de winkel shopt sinds 2013 een dalende lijn. Lag het aandeel toen nog op 80 procent, anno 2017 is dat gedaald naar 72 procent. Terwijl het aandeel van de mensen die via webshops/internet kopen sinds 2013 is verdubbeld tot 14 procent. Gekoppeld aan het gegeven dat steeds meer consumenten zich online oriënteren een ‘waarschuwing’ dat bouwmarkt, specialist en woonwarenhuis sanitair ook online moeten (blijven) promoten.

Doelgroepen

Als we vervolgens kijken naar welk type consument de verschillende winkels trekken, zien we dat de bouwmarkt en het woonwarenhuis goed scoren bij gezinnen. Voor bouwmarkten geldt dat ruim een derde van de klanten die een badkamer of accessoires kopen bestaat uit gezinnen met kinderen. Die laatste groep vormt ook voor de bouwmaterialenhandel de belangrijkste klant (bijna 40 procent, red). Dat van de consumenten die een bouwmarkt of woonwarenhuis kiezen jongeren een belangrijk aandeel vormen, is niet verwonderlijk. Voor de woonwarenhuizen geldt dat 38 procent tussen 21 en 30 jaar oud is. Voor de bouwmarkten ligt dit op 29 procent. Opvallend is dat de ‘generatie’ daarna (31 t/m 40 jaar) minder oog lijkt te hebben voor dit type winkels, maar dat consumenten daarna de bouwmarkt en woonwinkel wel weer weten te vinden. Badkamerspecialisten krijgen vooral gezinnen met en zonder kinderen over de vloer. Niet verwonderlijk dat deze klanten dan ook vooral vallen in de leeftijdscategorieën tussen de 21 en 55 jaar. De groep 41 tot en met 55 jaar vormt bijna een derde deel van de consumenten die een badkamerspeciaalzaak bezoeken voor een nieuwe badkamer.

Inkomen

Zowel voor de bouwmarkt als de badkamerspecialist (en de woonwinkel, red.) geldt dat het grootste deel van hun klanten uit de inkomenscategorie ‘modaal tot twee keer modaal’ komt. Bij badkamerspeciaalzaken ligt dat aandeel op bijna 33 procent, voor de bouwmarkt geldt dat bijna drie op de tien klanten in deze categorie valt (28 procent). Consumenten die ongeveer modaal verdienen vormen voor bouwmarkt en woonwarenspecialist zo’n 20 procent van het klantenaandeel. Consumenten met een inkomen dat hoger ligt dan twee keer modaal vormen voor badkamerspecialisten bijna 20 procent van de klandizie. Alleen de bouwmaterialenhandel heeft een vergelijkbaar aandeel. Bouwmarkten en woonwarenhuizen moeten het niet hebben van deze consumenten met respectievelijk zeven en tien procent. Opvallend is dat van de consumenten die aangeven in een andere winkel te shoppen dan de vier genoemde types een meerderheid tot twee keer modaal en meer verdienen.

Werk en opleiding

Als het opleidingsniveau en de werksituatie van de klanten van de betreffende winkeltypes worden vergelijken, zien we vooral tussen de bouwmarkt en de badkamerspecialist behoorlijke verschillen in opleidingsniveau. Verdeeld in lager, middelbaar en hoger onderwijs ziet de specialist een veel evenrediger verdeling in zijn klantenbestand dan de bouwmarkt.
Vooral in de categorie middelbaar en hoger onderwijs zijn de verschillen groot. Zo is meer dan de helft van de klanten van de bouwmarkt middelbaar geschoold (tegenover 37 procent van de klanten van de speciaalzaak) en is 38 procent van de klanten van die laatste hoger geschoold, tegenover 28 procent van de klanten die naar de bouwmarkt gaan voor een nieuwe badkamer of -producten.
Gevraagd naar de werksituatie van respondenten ziet de opbouw van het klantenbestand van de verschillende winkeltypes er in grote lijnen hetzelfde uit. Verreweg het grootste deel van de klanten is in loondienst bij een commercieel bedrijf. Voor badkamerspeciaalzaken geldt dat 14 procent gepensioneerd is en 9 procent zelfstandig. Voor de woonwarenspeciaalzaak (en bouwmarkt in mindere mate) vormen studenten een noemenswaardig aandeel. Een op de vijf klanten van woonwinkels studeert nog, bij de bouwmarkt ligt dit aandeel op 12 procent.

Eind mei 2018 verschijnt het nieuwe onderzoek naar de badkamermarkt in Nederland. Meer informatie vraagt u hier.

%d bloggers liken dit: